Gerben Mulder voor FD Persoonlijk geinterviewd in zijn studio in Brooklyn


 

FD persoonlijk – zaterdag 18 oktober 2014 -link naar pdf artikel-


Met zijn kleurrijke, maar toch duister ogende werk veroverde Gerben Mulder wereldfaam. Vanuit New York werkt hij aan zijn inmiddels goed geprijsde oeuvre. ‘De kunstwereld voelt soms als een piramidespel.’

U maakt nogal sinister werk. Bent u een donker mens?
‘Mijn werk is dramatisch. Dat is een weerslag van mijn karakter. Mijn grootste succes boekte ik met een serie bloemen; geen rustige stillevens maar explosieve boeketten. Ik ging toen door een donkere periode. Mijn vrouw was terminaal ziek. Artsen wilden een chemokuur beginnen toen ze er achter kwamen dat ze geen kanker had maar een ernstige schimmelziekte omdat ze een zakje met aarde had open gemaakt. Ze was na vijf jaar genezen. In diezelfde periode heb ik in Rio op de Avenida Atlantica iemand doodgereden. Ik woonde toen in Brazilië. Een verkoper van drankjes met een koeler op zijn schouder zag me niet aankomen en belandde op mijn motorkap, de voorruit en op de grond. Het was niet mijn schuld. Maar ik heb een leven genomen en zo voelt het dus wel. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet aan deze persoon denk en wou dat het anders was. Wat mij veel pijn doet is dat er nooit fatsoenlijk onderzoek is geweest van de politie. Ik heb een leven genomen, maar een afronding was er niet.’

Hoe heeft u in New York kunnen overleven als kunstenaar?
‘Je moet hier hard werken, zonder discipline ben je niets. Ik ben eerst afwasser geweest, ik heb leren lassen en smeden. Ik werkte als conciërge bij een groot gebouw met op de begane grond een galerie. Daar stond iedereen champagne te drinken terwijl ik smerig werk opknapte. Het heeft me nooit beschaamd. Het heeft me juist kracht gegeven. Ik bouwde stands op de Armory Show in New York. Ik heb de stoute schoenen aangetrokken door een extra wandje te bouwen en vijftien kleine tekeningen neer te zetten. In drie dagen tijd verkocht ik voor $40.000 aan werk. Inmiddels zijn mijn prijzen gestegen. Soms krijg ik dat bedrag voor een enkel werk. De bekende Braziliaanse designer Sig Bergamin heeft werk van me net als modeontwerpster Isabela Capeto. Ik jaag prijzen niet op. De kunstwereld voelt soms als een groot piramidespel.’

Uw werk wordt door sommigen te seksueel expliciet gevonden.
‘Ik werk intuïtief, ik ben een autodidact. Ik werk altijd aan verschillende series tegelijkertijd. Ik schilder, ik maak collages, ik teken, ik maak muurschilderingen en dit alles soms figuratief, soms abstract. Dat is soms verwarrend voor mensen, maar ik kan niet anders. Ik maakte tekeningen van jonge meisjes die soms uitdagend poseerden maar de beelden zelf waren niet heel erg seksueel. Het is niet zo dat ik bewust besloot nu ga ik werk maken met seksuele uitstraling. The Guardian schreef dat ooit en dat is blijven plakken. Ik heb dit vaak best vervelend gevonden. Je wordt hierdoor snel in een hokje geplaatst.’

Welke invloed had uw jeugd op uw werk?
‘Ik schilder sinds mijn tienerjaren in de jaren tachtig. Mijn beide ouders waren advocaat en lieten me mijn gang gaan. Mijn ouderlijk huis in het centrum van Rotterdam was twee straten verwijderd van de grootste tippelzone. Er was veel drugs en criminaliteit. Ik was aangetrokken tot deze wereld en dit is ook terug te vinden in mijn hele vroege werk. Ik was vaker op straat dan in de klas. Dat heeft me gevormd. Al was ik natuurlijk niet meer dan een onderwereldtoerist. Vroeger schilderde ik vooral dikke vrouwen, hoeren, lonkende meisjes met een donkere inslag. In 1998 had ik een tentoonstelling in Liverpool. Doorgebroken was ik nog helemaal niet, maar ik stond in een keer op de kaart omdat een boze dame een fles wijn naar mijn hoofd gooide bij de opening. Mijn werk kan aangrijpend zijn. Ze ervoer het als vrouwonvriendelijk.’

Wat ontroert u?
‘Ik kon nooit huilen. Maar tegenwoordig in overvloed. Ik verdring gevoelens niet meer zo erg en heb minder moeite dit te tonen. Deze verandering voelt goed. Toen ik laatst een vrouw van haar fiets zag vallen hielp ik haar jankend overeind. Of bij de film Stanno tutti bene met Marcello Mastroianni. De film gaat over een eenzame bejaarde vader die zijn kinderen verrast met een bezoek. Zijn kinderen lijken hem vergeten. Als hij verslag uitbrengt aan het graf van zijn vrouw zegt hij tegen beter weten in dat het prima gaat met ze. Ik was gebroken twintig minuten voor het einde. Het deed me denken aan mijn grootvader. En aan mezelf.’

Waarmee bent u zelf te kwetsen?
‘Ik was vroeger een dik mannetje. Dat frustreerde me in die tijd enorm. Pas na een darminfectie raakte ik begin jaren negentig ineens al mijn gewicht kwijt. Omdat ik mijn school niet heb afgemaakt, heb ik ook vaak het gevoel dat ik me verbaal niet goed kan uitdrukken. Vijftien jaar geleden zou ik hier stotterend hebben gezeten.’

Wat is een misvatting over u?
‘Dat ik sociaal ben. Ik ben een gangmaker, maar ik zou mezelf niet sociaal willen noemen. Ik kan mezelf ook niet goed verkopen, ik ben onzeker. Maar in mijn beroep zit een showelement. Als je voor het publiek staat, kun je niet wegdraaien. Als kind speelde ik vanaf mijn vierde heel fanatiek cello om me te kunnen uiten. Maar kunst is anders. Je moet jezelf steeds blootgeven. Dat gesprek met jezelf maakt je soms knettergek. Ik kan soms wekenlang verdwijnen in mijn eigen hoofd. Ik neem de telefoon niet op en sluit mezelf op in mijn studio. Mijn vrouw kent dit patroon nu goed. Ik kan er beter mee omgaan dan in het verleden. Vroeger gebruikte ik veel drank en drugs in deze periodes. Tegenwoordig juist het omgekeerde. Als het leven zwaar overkomt werkt een gezond dieet en lichamelijke inspanning het beste voor me.’

Aan een tafel voor vijf: wie zijn uw ideale tafelgenoten?
‘Ik kies voor mijn grootouders van beide kanten. Ik ben te vroeg weggegaan uit Nederland. Begrafenissen gemist door omstandigheden. Ik had meer met ze willen praten. Ik denk veel aan ze.’

Wat is uw heimelijke genoegen?
‘Met de motor op pad gaan. In Arizona heb ik voor het Museum of Contemporary Art in Tucson drie grote muurschilderingen gemaakt. Ze gaven me een Harley Davidson te leen. Fantastisch natuurlijk alleen op de motor om vijf uur ‘s ochtends in de natuur. In New York had ik een scooter. Op 7th Avenue ging ik keihard onderuit. Dan zie je in slow motion mensen hun hand voor hun mond slaan. Ik had een engeltje op mijn schouder.’

Hoe ziet het Grote Plan eruit dat u ooit eens gaat uitvoeren?
‘Ik wil nog veel doen in mijn leven. Ik ben bezig met de illustratie van een kinderboek van een vriendin. Gaat over een nieuwsgierig aapje dat op rolschaatsen de wereld over gaat. Ze is bang voor de grote aap in de hemel – god – die voor haar gevoel toekijkt. Het is voor het aapje een vlucht in de donkere, boze buitenwereld. Heel herkenbaar voor me.’

Bent u bang voor de dood?
‘Als kind was ik er heel bang voor. Ik dacht bij het minste of geringste dat ik dood ging. Nu vind ik het wel spannend. Het staat los van het ongeluk in Brazilië. Dat ik met mijn werk iets kan achterlaten zal er mee te maken hebben. Het is een cliché, maar het draait allemaal om erkenning. Als dat niet lukt tijdens je leven is dat best treurig. Dat mensen je werk mooi vinden en zelfs bereid zijn het aan te schaffen is zo ontzettend te gek.’

Bio
Gerben Mulder (25 april 1972, Amsterdam)
Opleiding Lagere school
1993 Verhuist naar New York
vrije academie Den Haag 1990-1991
2010 Bespreking kunstkenner Roberta Smith (naar aanleiding van een tentoonstelling bij Newman Popiashvili Gallery in Chelsea) in de New York Times.
Mulder wordt vertegenwoordigd door Galeria Fortes Vilaça (Brazilië), Marisa Newman Projects in New York (VS) en in Europa door Galerie Frank Taal (Rotterdam

Expostie Gerben Mulder solo Still - Life, galerie Frank Taal van 17 oktober tot 21 november

23-10-2014

Terug naar nieuws